Welkom

Welkom op onze website, ons persoonlijke agro-ecologische verhaal.

Ik neem je graag mee doorheen een visuele tocht van meer dan 20 jaar zoeken en experimenteren. Een zoektocht naar een meer natuur- en mensvriendelijker land- en tuinbouw: een productief meerlagen landbouwsysteem opgebouwd rond bomen, struiken, kruiden en bodemleven.

De natuur is een goede leermeester. Wie de tijd neemt om haar te observeren en te versterken, krijgt veel terug

Noem het zoals je wil: biologische landbouw, permacultuur, voedselbos, agroforestry, urban farming enz. De rode draad doorheen al deze verhalen is ‘polycultuur’, het samen verbouwen van meerdere land- en tuinbouwgewassen welke functioneel samenwerken, de productieve ruimte optimaal benutten en zo ook bijdragen tot een meer robuuste, natuurlijke biodiversiteit.
Mijn zoektocht was als het organisch (ver)bouwen van een huis waarbij 2 architecten moesten leren samenwerken: de meesterarchitecte (de natuur) en de leerlingarchitect (de mens). Na meer dan 20 jaren bouwen en verbouwen ben ik tot een resultaat gekomen waarin verschillende duurzame landbouwmethoden met mekaar verweven raakten tot een productief agro-ecologisch systeem.
Elementen van o.a. permacultuur, syntropische landbouw en agroforestry werken erin samen en vormen een creatief, intelligent, harmonieus en mooi, op bomen gebaseerd landbouwecosysteem. Uit fouten leert men. De leerlingarchitect heeft doorheen de jaren vele fouten gemaakt maar ook veel geleerd. Daarom blijft men ook wel levenslang best een beetje leerling.

Tot ziens tussen de bomen!

Paul

grassrootfarmingandlandscaping@gmail.com

Evolutie

Dit is het verhaal van een zoektocht naar een economisch rendabel agro-ecosysteem dat de autonomie van de boer grotendeels kan herstellen en de natuurlijke draagkracht en schoonheid van het landschap terugbrengt in het leven van mens, dier en plant. Een verhaal ook over een creatieve, intelligente en harmonieuze, op bomen gebaseerde land- en tuinbouw.

"Een kleinschalige systeemeenheid ontwikkelen waarin alle inputs om de bodemvruchtbaarheid op peil te brengen en te houden, door het perceel zelf worden voortgebracht"

In de winter van 2003-2004 startte ik een kleinschalig en langdurig onderzoeksproject. Het uiteindelijke doel was om een systeemeenheid te ontwikkelen waarin alle inputs om de bodemvruchtbaarheid op peil te brengen en te houden, door het perceel worden voortgebracht. Een poging om voedsel en andere land- en tuinbouwgewassen duurzaam te produceren, zonder wat er overbleef aan natuurlijke draagkracht onnodig schade te berokkenen en om tegelijkertijd de toegang tot professionele voedselproductie weer meer laagdrempelig te maken en lokaal te verankeren. Slaag ik hierin op kleine schaal dan kunnen dezelfde processen, principes en werkwijzen ook op grotere schaal worden gereproduceerd.

Opstart en opbouw van het biomassagebouw

Ik gebruik daarvoor een klein perceel van 0,38 hectare dat tot de tweede wereldoorlog werd bewerkt volgens de principes van het drieslagstelsel. Vanaf de jaren vijftig werd het perceel verpacht aan een keuterboer die nog werkte met paard en kar. De boer verbouwde klassieke akkerbouwgewassen zoals aardappelen, zomer- en wintergranen, voederbieten enz. Het perceel is nooit blootgesteld geweest aan herbiciden en kunstmest, enkel aan koemest en paardenmest.
In de winter van 2003-2004 werd het perceel in 2 werkgebieden opgesplitst. Een deel bleef origineel weiland (braak) met enkel bomen als randbeplanting. Dit deel fungeert nog steeds als referentieperceel. Op het andere deel werd een meerlagensysteem ontwikkeld met als uitgangspunt ‘zero input’.

<br>Winter 2003-2004 <br>Winter 2003-2004

"Dit biomassagebouw, dat vooral bestaat uit pioniersbomen en al dan niet voedselproducerende struiken, kruiden en bodembedekkers, moet zoveel mogelijk biomassa produceren. Het zijn de koolstof-, water- en mineraalleveranciers van dienst"

Bij aanvang van dit bomenlandbouwproject werd een basisaanplant van bomen en struiken uitgevoerd om geleidelijk tot een ecosysteemeenheid verder te doen evolueren. Dit noemen we het ‘biomassagebouw’.

Dit biomassagebouw, dat vooral bestaat uit pioniersbomen en al dan niet voedselproducerende struiken, kruiden en bodembedekkers moet, in samenwerking met een actief bodemleven, zoveel mogelijk biomassa produceren. Het zijn de koolstof- en mineraalleveranciers van dienst. Via de ecosysteemdiensten die de pioniersbomen en struiken doorheen de jaren zullen leveren, dragen ze op hun manier indirect bij tot de voedselproductie.

"Door de zeer korte plantafstanden tussen de verschillende plantensoorten kwamen succesvolle, maar soms ook minder succesvolle plantcombinaties en plantmethodes sneller in het vizier"

Bij de gefaseerde aanplanting van bomen en struiken werd van bij het begin rekening gehouden met mogelijke toepassing van kleinschalige mechanisatie achteraf. Daarom werd er ook voor een lineaire aanplant gekozen. De beperkte beschikbare oppervlakte verplichtte ons tot het bedrijven van polycultuur met korte plantafstanden.

Maar elk nadeel houdt meestal ook een voordeel in zich. Door de zeer korte plantafstanden tussen de verschillende plantensoorten kwamen soms succesvolle, maar soms ook minder succesvolle plantcombinaties en plantmethodes sneller in het vizier. Dit zijn inzichten die belangrijk zijn om productieve polycultuursystemen mee te ontwerpen. Onze overwegend manuele aanpak liet toe waardevolle zaken op te merken en mee te nemen, welke bij machinale aanpak volkomen de mist zouden zijn ingegaan.

"En zo brengt het zich verder ontwikkelende en evoluerende jonge voedselbos de boer geleidelijk naar een ander denkkader, dat van een bosboer of bostuinder. Een boer die met bomen moet leren samenwerken"

Het biomassagebouw voedt de bodem. Het moet de bodem en zijn bodemleven continue voorzien van koolstof en water uit de lucht en van ‘opgepompte’ mineralen uit de diepere bodemlagen. Langzaam vormt zich dan doorheen de jaren een voedselrijke strooisellaag en evolueert wat oorspronkelijk een bacteriedominant weiland was naar een schimmeldominant voedselbos ecosysteem. Maar wat in een bacterierijk weiland goed groeit, gedijt niet noodzakelijk in een schimmelrijke voedselbosomgeving. En zo brengt het zich verder ontwikkelende en evoluerende jonge voedselbos de boer geleidelijk naar een ander denkkader, dat van een bosboer of bostuinder. Een boer die met bomen moet leren samenwerken.

Vandaar ook dat de term ‘bomenlandbouw’ een mooi verzamelwoord of containerbegrip is waarin alle voedselproducerende systemen die met bomen één of andere duurzame vorm van samenwerking aangaan hun plaatsje vinden. Het woord ‘bomenlandbouw’ zegt letterlijk waarover het in essentie gaat: de boom als bron van leven, van bodemvruchtbaarheid, van toekomst!

"Een doordacht biomassabeheersplan en consequente uitvoering ervan doorheen het jaar is dan ook zeer belangrijk om voedingsgebrek in de productieve onderlagen van het agro-ecosysteem te voorkomen"

Zonder deze continue aanvoer vanuit het biomassagebouw zou de bodem langzaam uitputten en koolstof-, water- en mineraalarm worden. Gezonde planten telen en oogsten voor menselijk en dierlijk gebruik en consumptie betekent immers export van koolstof, water en mineralen, weg uit het dynamische agro-ecosysteem. Met een goed opgebouwd en optimaal functionerend biomassagebouw compenseert men dergelijke chronisch lekken van koolstof, water en mineralen weg uit het agro-ecoysteem.

De bosboer moet er voor zorgen dat dit biomassagebouw jarenlang optimaal verse biomassa blijft produceren en dat die biomassa op het juiste moment en in de juiste vorm terecht komt daar waar het nodig is, in de omgeving van de plantenwortels. Een doordacht biomassabeheersplan en consequente uitvoering ervan doorheen het jaar is dan ook zeer belangrijk om voedingsgebrek in de productieve onderlagen van het agro-ecosysteem te voorkomen.

"Ik ben deze ondergrondse fauna en flora doorheen onze zoektocht dan ook stilaan gaan beschouwen als ‘ondergrondse boeren’, waarmee men maar beter leert samenwerken, eerder dan probeert ze te bestrijden"

Dit vraagt om meer kennis en diepere inzichten in het functioneren en het gedrag van planten en dieren waarmee men moet leren samenwerken in een natuurlijke landbouwomgeving. Het vraagt ook om veel meer inzicht in de talrijke interacties tussen de planten, dieren en hun groeiomgeving, zowel bovengronds als ondergronds. Continue en correct waarnemen is dan ook zeer belangrijk. Ik heb doorheen onze zoektocht de diversiteit aan schimmels en paddenstoelen jaarrond, consistent zien toenemen, inzichten verworven hoe o.a. de ondergrondse fauna in een gezonde bodem de onkruiddruk in een perceel mede kan sturen. Het bodemleven doet dat al dan niet bewust voor zijn eigen overleving.

Het bodemleven, in al zijn biodiversiteit, bepaalt mee hoe hard de voedselproducerende mens al dan niet zal moeten ‘vechten’ tegen ‘lastige’ onkruiden. Ik ben deze ondergrondse fauna en flora doorheen mijn zoektocht dan ook stilaan gaan beschouwen als ‘ondergrondse boeren’, waarmee men maar beter leert samenwerken, eerder dan probeert ze te bestrijden.

Syntropische landbouw

In 2017 ervoer ik mijn persoonlijk wow-moment.

Ik zag toevallig een videoclip over de voedselbosmethode van Ernst Gotch, een Zwitserse koffieboer in Brazilië. Zijn methode noemde hij ‘syntropic farming’. Ik herkende meteen de denk- en werkwijze en plots kreeg ik bevestiging: ik ben niet verkeerd aan het denken en doen! Het bekijken van die videoclip gaf me vleugels om verder te zoeken en te experimenteren met plantencombinaties. Het herbevestigde mijn geloof in de (veer)kracht van plantencombinaties welke ik destijds in het semi-aride Zuidelijk Afrika dikwijls heb kunnen waarnemen

Verdere evolutie

Ik observeer doorheen de jaren wat de natuur op spontane wijze aan plantaardige en dierlijke ‘immigranten’ het agro-ecosysteem voortdurend binnenbrengt. Deze worden waar mogelijk en indien nuttig voor ons doel, mee opgenomen bij de verdere uitbouw en diversificatie. Deze spontane immigranten bepalen dus mede de richting waarin de systeemeenheid verder evolueert.

Het aanvankelijk bacterie gedomineerde weiland gaat zo geleidelijk over in een schimmel gedomineerd voedselbos met daaraan gepaard een gecontroleerde mate van spontane verwildering.

"Maar zet je de juiste bril op en doe je moeite om de meerjarige plant echt te leren doorgronden, dan kan je er zoveel meer mee doen en worden deze ‘groene werkpaarden’ ook echte meerjarenvrienden"

Het perceel is uiteindelijk meer geëvolueerd in de richting van een meerlagen ecosysteem voor zachtfruit en kleinfruit. Dat was ook wel te verwachten omdat zulks in lijn ligt met de spontane evolutie naar het natuurlijke climaxecosysteem van onze streken: het gematigd loofbos of gemengd bos met zijn bosranden.
Toch heb ik doorheen de proefjaren mijn aandacht ook gericht op het combineren van groenten, kruiden, bloemen en paddenstoelen met de meerjarige componenten van het biomassagebouw. De (veer)kracht van de combinaties in bepaalde teelten is daarbij zeer duidelijk geworden.

Maar er zijn nog tal van andere zeer interessante meerjarige planten die kunnen fungeren als groene ‘werkpaarden’ in ecologische land- en tuinbouwsystemen. Planten die hun ware potentieel of ‘kunnen’ niet zomaar prijsgeven. Maar zet je de juiste bril op en doe je moeite om de meerjarige plant echt te leren doorgronden, dan kan je er zoveel meer mee doen en worden deze ‘groene werkpaarden’ ook echte meerjarenvrienden.

Onzekere toekomst

"Wat ik ondertussen wel al met zekerheid weet: hard werken zal de bosboer nog steeds moeten doen voor zijn dagelijkse kost. Maar het zal anders zijn, humaner, natuurlijker en vooral veel mooier!"

De klimaatverandering die zich met steeds meer kracht doorzet, dwingt ons voortdurend om het oorspronkelijke plan van aanpak te herbekijken. De extreme zomers van de laatste jaren waren leerrijk en betekenden meteen goede testen voor de robuustheid en betrouwbaarheid, voor de mogelijkheden maar ook voor de beperkingen van het opgebouwde meerlagen agro-ecosysteem. Ook de zachte winters van de laatste jaren waren revelerend.

Van één ding ben ik wel al zeker: het worden onzekere tijden voor de voedselproducerende mens, waar ook ter wereld. Wat ik ook leerde, is dat het nooit af is en dat het voortdurend zoeken, aanpassen en bijsturen zal zijn. Ook in een bomenrijke voedselproductieomgeving!

Wat ik ondertussen ook al wel met zekerheid weet: hard werken zal de bosboer nog steeds moeten doen voor zijn dagelijkse kost. Maar het zal anders zijn, humaner, natuurlijker en vooral veel mooier!